Wat is prikkelarm?

donderdag 18 juli, 2013

Hoewel de term regelmatig wordt gebruikt voor het ontwerpen van producten gericht op mensen met een vorm van autisme (en AD(H)D), bestaat er bij veel mensen nog onduidelijkheid over wat prikkels precies zijn en hoe je er rekening mee kunt houden in je ontwerp. Uit mijn recent uitgevoerde onderzoek naar de ontwerp behoeftes van mensen met autisme, zijn er een aantal onderwerpen naar voren gekomen die beïnvloeden hoe prikkelarm (of -rijk) een digitaal product kan zijn.

Definitie van het woord

Prikkelarm betekent letterlijk een verminderde hoeveelheid prikkels. Een prikkelarme omgeving is prettig voor mensen die gevoelig zijn voor een grote hoeveelheid prikkels. Prikkelrijk betekent een normale of grotere hoeveelheid prikkels voor mensen die ongevoelig of ondergevoelig zijn voor prikkels. Bij mensen die leven met autisme, komt het vaak voor dat zij sneller gestimuleerd raken door een grote hoeveelheid prikkels. Maar ook het tegendeel kan waar zijn, mensen met autisme kunnen ook moeite hebben gestimuleerd te raken door prikkels. Mensen met autisme hebben namelijk complexere verbindingen in hun hersenen, waardoor het proces van verwerking anders verloopt dan bij mensen met een gemiddeld brein.

Prikkels ervaren en verwerken

Prikkels worden ervaren via onze zintuigen en door onze hersens geïnterpreteerd. Er zijn dus visuele, auditieve, kinesthetische (gevoel), olfactorische (reuk) en gustatorische (smaak) prikkels die van invloed zijn op de hoeveelheid en daarmee over- of onderstimulatie. Over- of onderstimulatie zegt iets over de gelijktijdige verwerking van prikkels in de hersenen. Wanneer de hersenen niet instaat zijn om een bepaalde hoeveelheid aanwezige prikkels gelijktijdig te verwerken, zorgt dit voor overstimulatie. Wanneer de hersenen prikkels niet goed kunnen verwerken of geen of te weinig prikkels ontvangen van bepaalde zintuigen, wordt er gesproken over onderstimulatie.

Omdat het per persoon verschilt hoe weinig (of juist hoeveel) prikkels iemand kan verdragen of nodig heeft, is er geen eenduidige richtlijn die voor iedereen werkt. Het is daarom belangrijk om verschillende niveau’s van stimulatie aan te bieden aan de eindgebruiker. Denk bijvoorbeeld aan een normale weergave en een prikkelarme weergave voor mensen die gevoelig zijn voor overstimulatie. Wanneer een product bedoeld is voor mensen die juist ondergestimuleerd zijn, kan er gekozen worden voor een normale weergave en een prikkelrijke(re) optie.

Veel voorkomende prikkels

Visuele prikkels worden onder andere bepaald door kleur, vorm, aantallen, contrast, patronen en ruimte (witruimte). Daarnaast moeten de eigenschappen van het gebruikte apparaat en de omgeving ook mee worden genomen in het ontwerp van een product. Zoals de lichtsterkte (en andere instellingen) van het display, de grootte van het display, de invloed van omgevingslicht (reflectie) en de grootte, beweging en textuur (kinesthetisch) van knoppen.

Auditieve prikkels worden onder andere bepaald door het volume, de hoogte van de toon en de (on)helderheid van geluid. Een geribbelde textuur op de achterkant van een tablet voor extra grip, wordt gevoeld bij het vasthouden van het apparaat en is dus een kinesthetische prikkel voor de eindgebruiker die kan leiden tot overstimulatie. Het op- en neergaan door het drukken op de toetsen van een toetsenbord zorgt voor feedback, maar ook voor kinesthetische prikkels voor de eindgebruiker.

Hoewel het lijkt alsof reuk en smaak niet van invloed kunnen zijn op een product, is dit wel degelijk het geval. Kunststoffen, metalen en andere materialen hebben vaak een bepaalde geur, die in sommige gevallen zelfs aan je handen blijft zitten na gebruik van het product. Denk maar aan het opblazen van een ballon of het vasthouden en gebruiken van je sleutels of telefoon. Of bijvoorbeeld ongewenste smaken van plastic als je aan je vingers likt nadat je een ballon van iemand hebt gekregen.

Tags

Reacties

  • Wat zou het goed zijn als verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen maar ook de bestuursrechters deze definitie over zouden nemen.
    Het is nu nog steeds zo dat bij de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid (WIA/WAJONG) bij een aantal personen met ASS (alleen geschikt voor een prikkelarme werkomgeving) functies worden geduid waarbij moet worden gewerkt in fabriekshallen of andere drukke productieomgevingen.

    Als de verzekeringsarts en/of de arbeidsdeskundige goed kan motiveren waarom de productiefunctie toch passend is dan gaat de rechter daarin vaak mee.

    Gelukkig weten de meeste arbeidsdeskundigen wel dat deze functies niet geduid kunnen worden en ook in de Basisinformatie CBBS wordt gesteld dat een functie in een fabriekshal of een kantoortuin niet prikkelarm is. Maar helaas vallen een aantal personen met ADHD of ASS door een – volgens mij – onjuiste beoordeling buiten de boot met alle gevolgen van dien.

    Willemien Elsman
    juridisch adviseur/arbeidsdeskundige

Reageren

Reageer





Terug naar top